top of page
De verwoestende
kracht
van alcohol

4 mei 2023

Lente in het land. De natuur in volle pracht en kracht. Ik geniet met volle teugen van bloesems, van het ochtendconcert dat de vogels me gunnen, van de vele bollen en knollen die het beste van zichzelf geven. Ik voel de kracht zich vertalen in mij.

Het is ook nodig want het voorjaar kondigt zich behoorlijk druk aan, privé, maar ook met het werk.

De voorbije week kwam ik in drie verschillende huizen terecht waar een vraag was om grondig schoon te maken. Plaatsen waar we met Gyva cleaning echt het verschil kunnen maken.

Een man die alleen woont, verdoken in de natuur, in een pracht van een huis, maar ramen dichtgetimmerd met hout of isolatie, versleten auto’s op de oprit volgestouwd met oud papier, overal afgedankt materiaal in de tuin, en diverse spullen gestapeld van voor de voordeur en zo doorheen het hele huis.

„Ja, hier is veel werk, ik wil er al lang aan beginnen, maar telkens komt er iets tussen. Ja, het is nodig, maar ja, het lukt me niet alleen.” Klara galmt doorheen het hele huis. „Fan van klassieke muziek?” vraag ik. Zijn ogen lichten op. Ik tref een fervent amateur muzikant. Muziek kleurt zijn leven. Piano, gitaar en mandoline: hij glundert als hij erover vertelt. Plots merk ik dat ik op de pianokruk zit. Bedolven onder stapels ondefinieerbare spullen ontwaar ik pianotoetsen naast mij. „Tot voor kort zat ik aan de drank. Verslaafd.” vertelt hij. „Maar nu ben ik er al 2 jaar vanaf, gelukkig. Ondertussen heb ik mijn huis verwaarloosd, niets weggegooid. En nu is er veel werk, maar er komt telkens iets tussen.”

We spreken af hoe we kunnen beginnen met één ruimte te ordenen en schoon te maken. „Dat zou goed zijn, maar ja, is het nodig? Ik ben gelukkig. Nee, ik ben niet gelukkig, maar voor mij is het goed zo.” Uiteindelijk stelt hij vast dat het toch niet goed is, hij geraakt niet meer in de kelder, en dus de hersteller van de verwarming ook niet. En er moet iets gebeuren aan de ketel, anders heeft hij het volgende winter weer koud en blijft dan noodgedwongen een hele dag in zijn bed.

Hij neemt een gitaar die bovenop een stapel oud papier ligt. „Een waardevol stuk, kost veel geld. Ze hebben me gevraagd om weer mee te spelen in een bandje. Ik weet niet of ik het ga doen. Ik heb het goed zo hier alleen in mijn huis, tussen mijn spullen. Ik ben bang om er weer naartoe te gaan, maar ik wijd weer uit.” Hij houdt mijn kaartje goed bij, hij mag het niet verliezen zegt hij nog. Hij zwaait me uit, “Tot gauw!“

Een paar dagen later word ik gevraagd om naar een ander huis te gaan: mevrouw woont alleen en ligt nu in het ziekenhuis. De buurvrouw werd gevraagd om de planten water te geven en schrok van de toestand van haar buurvrouw, maar evenzeer van het huis waarin ze leeft. Het huis zou moeten schoongemaakt worden tegen dat mevrouw naar huis mag.

„Schrik niet” waarschuwt de vriendelijke buurvrouw me. „Zo spijtig, het was een goede traiteur, maar gestopt om één of andere reden, gescheiden en aan de drank geraakt.” De lege bakken bier staan opgestapeld onder het afdak. Eens in huis zie ik massa’s lege flessen en nog meer lege bakken bier. Overal afval. Ik kijk of er warm water is, maar geraak niet aan de kraan in de keuken. In de badkamer is de kraan stuk, de douche onbereikbaar. Mevrouw leefde de laatste dagen in haar zetel en was er niet meer uit gekomen. Ooit begon ze te ordenen. Vuilzakjes met vuil incontinentiemateriaal liggen gestapeld tussen de keuken en de zithoek. Lege flessen wijn staan gegroepeerd, maar daar bleef het bij. De rest liet ze vallen waar het viel. Alle zin voor orde weg. Een puinhoop in huis. En dat terwijl ze woont in één van de schone plekjes van Vlaanderen, met een grote tuin en mooi uitzicht. Niet iedereen krijgt daar nog kracht van, zoals ik dat ervaar.

De volgende dag beginnen we een poetsopdracht bij een schoonmaakster op rust. Via de sociale helper weten we dat ze een drankprobleem heeft. Als we er zijn is ze nuchter. Door problemen aan haar been, gaat ze niet meer boven slapen. Ze leeft zo goed als in haar zetel. Eten, slapen, tv kijken en alles in het gezelschap van haar hond die boos is dat we komen opruimen. We vinden allerlei resten in en onder en naast de zetel. Da’s ook de reden dat de vliegjes zo talrijk aanwezig zijn. Een feest voor hen. Mevrouw vindt het zelf erg. Ze kon zo goed poetsen, was zelfs verantwoordelijk voor een heel team. Ze houdt van een proper huis, maar het lukte haar ineens niet meer en nu heeft ze de moed niet meer om eraan te beginnen. We beginnen met de vuilste plaatsen in huis, want kunnen niet alles afwerken in één dag.

Ik pak de zithoek aan. Overal wijnplekken. Zelfs tegen de muur een afdrup van wijn. Ik stel ze me voor. Alleen in de zetel met haar hond. Zoveelste glaasje op, zodat ze zich vrolijk voelt. En op zo’n vrolijk moment zegt ze „hopla, prosit!” tegen de denkbeeldige bezoeker en kiepert haar glas achter haar hoofd. Waarna ze nog probeert een kerstomaatje in haar mond te steken, maar dat lukt niet, het valt uit haar handen en verdwijnt ergens tussen en onder de kussens, een ander valt op de grond.

’s Middags eten we samen met mevrouw en haar hond buiten op het terras. Ze vertelt gemoedelijk, ze stelt veel vragen over ons werk. Ze is blij met de vooruitgang die ze ziet. Ze vertelt over haar kleinkinderen, ze is trots op hen. Haar kinderen ziet ze amper, maar de kleinkinderen komen wel nog.

Als ik het laatste stukje voor vertrek nog schoon schrob, komt ze op een pas gepoetste bank zitten. „Pensioen… Moet je nog lang werken voor je op pensioen gaat?” vraagt ze. „Ho!”, zeg ik, „zeker nog een jaar of 15, da’s nog niet meteen voor mij.” „Wees blij”, zegt ze, „geniet ervan dat je nog mag werken. Pensioen is niet goed. Daarmee is het allemaal begonnen. Plots die leegte, je hebt niets meer te doen, je betekent niets meer…” Even pauze. „Geniet ervan dat je mag werken en nog lang niet op pensioen moet,” ze neemt haar stok en gaat weer wat rusten onder het overdekt terras.

Als we vertrekken zit ze in haar schoongemaakte zithoek. Rolluik terug omhoog met een proper raam. Ze zit er als een koningin en straalt. „Het ruikt hier fris”, zegt ze blij, „en zo meteen komt mijn buurvrouw even langs, nu kan ik ze in de zetel ontvangen”. Ik stel voorzichtjes voor dat ze voortaan in de keuken eet, of buiten onder haar mooi overdekte terras. Ze beseft het, „tja” zegt ze, „die zetel was mijn alles, mijn nestje.”

Drie verschillende situaties op een rij, maar telkens slachtoffer van de alcoholverslaving. Alcohol blijft één van de grote verslavingen in onze maatschappij. Het wordt gebruikt als vlucht naar een beter voelen. Het begint vaak met één glaasje, je voelt je beter, en je wilt er nog één en nog één. Je denkt dat je er beter van wordt, maar je richt een ravage aan, voor jezelf, maar ook voor je naasten. Die gevolgen zie je niet onder ogen. En als je ze ziet, grijp je snel naar het volgende glas of fles, want een glas is niets meer. Je geraakt geïsoleerd, de hulp die je aangeboden krijgt sla je af. Wat komen ze zich moeien in je huis? Het zijn jouw zaken, voor jou is het goed zo. Je kan je best wel redden. Mensen hoeven zelfs niet binnen te kijken, want dan gaan ze zich moeien. Dus de gordijnen gaan dicht, rolluiken naar beneden. En als iemand aanbelt, doen we niet meer open. Niemand hoeft zich te moeien. Het is goed zo. Gelukkig nee, maar we voelen ons goed hier tussen onze spullen.

Als afsluiter van de werkweek, toasten mijn huisgenoten en ik op het verlengde weekend, met een glaasje wijn. Eentje maar. Zelf ben ik heel zuinig met alcohol. Bij feestjes ben ik Bob, meestal hou ik het bij de mocktails, water en theetjes. En toch geniet ik van het leven, van wat mooi is en kan ik uitbundig lachen en heel vrolijk zijn. Daarvoor is alcohol echt niet nodig. Geef mij maar de lente!

 

Marijke Beel - Gyva cleaning Antwerpen - Limburg

04/05/2023

bottom of page